koos alberts

 

De handen van je vader. Die moeten je beschermen. Die moeten je dragen. Hoog in de lucht gooien en vangen als je dreigt te vallen. Mijn vader deed dat. Samen met mijn moeder. Iedere keer als ik uit het nest viel hielp hij mij overeind. Zolang als ik me kan herinneren was hij er voor mij. We denken en doen vaak hetzelfde. Hij is mijn bondgenoot in geheime plannen en bliksemacties. Waar anderen twijfelen en wachten starten wij meteen. Niet altijd heel handig maar we komen er. Het verdriet van mij of mijn broer, het gaat hem aan het hart. Net zoals zijn trots. Op ons en onze gezinnen. Het liefste woonde hij in een rijtje naast elkaar. Zolang hij iedereen maar kan zien, kan verwennen, kan knuffelen.

Knuffelen gaat het beste als hij op bed ligt of in de auto zit. Dan buig ik me voorover en sla mijn armen om hem heen. Zijn sterke, steeds ouder wordende lichaam. Ik pas precies tegen hem aan. Als een puzzelstukje uit de puzzel. Zijn geur snuif ik op. Tegenwoordig heet Brut 33, Jean Paul Gaultier Le Male maar hij is niet veranderd. Het voelt vertrouwd, het ademt liefde. Mijn hart bestaat voor een gedeelte uit een stuk van hem. Het is een grote kamer met een mooie deur. Een deur uit de Tuinstraat in de Jordaan. Nostalgie en warmte, net als het Chesterfield bankstel en het huilende jochie aan de muur. Gezelligheid en humor overheerst hier ondanks de scherpe randen van pijn en verlies.

Er zijn maar weinig mensen die ik echt niet kan missen. Maar mijn vader staat bijna bovenaan. Met een gouden beker in zijn hand. Een medaille op zijn borst. In zijn handen een microfoon, een boormachine en een voetbal. Hij glimlacht naar me en grijnst. Zolang het kan genieten we als Bonny & Clyde van dit leven samen en zijn we nog lang niet klaar met bedenken, verbouwen en genieten. Vanavond viert hij zijn 70e jaar en zijn we bij elkaar.

Ik sla mijn armen om hem heen en de puzzel is compleet..