de kist

 

Als ik hem bel klinkt zijn stem zacht. “Waarom klink je zo zacht” zeg ik, terwijl ik zelf ook ga fluisteren door de telefoon. “Ik heb straks een interview voor ‘De kist’” zegt hij. “En wat denk je, Doornroosje is gewoon gaan tennissen en heeft mij alleen gelaten!” Met Doornroosje bedoelt hij natuurlijk mijn moeder. Na bijna vijfenvijftig jaar is humor nog steeds een verbindende factor tussen hen. Maar ik hoor ook een lichte paniek. Hij moet straks iets schrijven op die kist. Komt hij er wel goed bij? “Joke, wat moet ik er dan op gaan schrijven?” Lezen en schrijven is niet zijn sterkste punt, net zo min als praten over de dood. Soms als we het er weleens over hebben begint hij al te huilen. Het liefst denkt hij er niet over na. En nu moet hij erover praten.

Na het interview bel ik hem weer. “Hoe ging het?” Het blijft even stil. “Ik zou niet gaan kijken” zegt hij, “Ik bleef maar huilen.” Hij vertelt wat hij gezegd heeft en waar het over ging. Ik zie het plaatje al in mijn hoofd. Precies zoals hij is, zich niet schamend voor zijn tranen. Tranen die hij niet meer kan stoppen als het gaat over de mensen die hij mist, het ongeluk en zijn eigen dood.

Als ik de uitzending zie hoor ik hem vertellen over wat hij weet van na het ongeluk en ik zie mezelf daar weer staan. Hij weet het zelf niet meer maar hij was wel bij na het ongeluk. We zijn in een kleine kamer. Mijn moeder zit op een stoel en hij ligt nog ingesnoerd op de brancard. “Ik heb het zo koud” zegt hij en trilt. “Ik voel mijn benen niet, ik kan nooit meer lopen.” Ik kus hem en zeg: “het komt wel goed pap.” Mijn moeder zegt: “Alle spullen liggen nog in de auto en hij is zijn gouden armband kwijt, willen jullie gaan zoeken?”

De auto staat op een trailer ergens in Harderwijk. Met mijn broertje doorzoek ik de auto. Waar eerder de plek voor je benen was, is geen ruimte meer. Het motorblok en de voorkant van de auto zit daar nu bijna tegen de voorstoel aan. Samen halen we alle spullen uit het kastje en zoeken onder de stoelen. In het vakje van de deur vinden we zijn armband. Hij zit onder het bloed maar ik stop hem gewoon in de plastic tas bij de cd’s. We zijn zestien en negentien jaar en denken er niet bij na. Niemand zal later ooit aan ons vragen of we hier hulp bij moeten hebben. Het is nu bijna dertig jaar later en we hebben allebei onze eigen weg gevonden daarin.

Nadat mijn vader overgebracht is naar Zwolle gaat er bij de operatie van alles mis. Als ik binnenkom lopen zit mijn moeder op de grond in de gang. Hij ligt aan de beademing en het gevecht gaat beginnen. Een gevecht van opnieuw leren ademen en de opbouw van een nieuw ander leven. Ik ben trots en blij dat het hem is gelukt en dat ik gisteren, bijna dertig jaar later, de t.v. uitzending van ‘De kist’ heb kunnen bekijken.

We spreken met elkaar af dat dit de laatste keer is geweest dat hij een interview heeft gegeven over het ongeluk. De komst van de kist maakt duidelijk dat de tijd doortikt en dat we die positief willen invullen. Natuurlijk met lachen en tranen. Want voordat die kist hier weer het pad op zal komen, hebben we nog heel veel mooie dingen te doen..

Bekijk de uitzending van 16 oktober 2016 van “De kist”

http://www.npo.nl/de-kist/16-10-2016/VPWON_1264782

 

Foto: A.C. Girardot

Foto: A.C. Girardot