altijd een plek

 

Hij stuurde me een bericht. Of hij me mocht bellen. “Ik heb slecht nieuws gekregen en ik moet het even kwijt.” Zijn woorden galmen nog steeds na in mijn hoofd. Is het echt zesendertig jaar geleden dat we elkaar spraken? “Het voelt zo vertrouwd” zegt hij, alsof we elkaar gisteren nog hebben gezien. Het klopt. Ik voel het ook. We praten en we praten en de tijd verstrijkt. Hij kan nog uren doorgaan zegt hij, heeft zoveel te vertellen. We praten over zijn slechte nieuws, over zijn meiden en zijn vrouw. Over de afgelopen jaren die voor allemaal niet makkelijk waren. Over de pijn en over zijn verdriet. Het verdriet wat voor ons als kinderen vroeger niet zichtbaar was. Zijn jeugd, zijn oma en als lichtpuntje de ontmoeting met zijn vader. Hij beschrijft de blijheid en wat er gebeurde toen zijn vader in het Italiaans zei; “Welkom thuis.” “En echt Chris, het voelde gewoon als thuiskomen. Ik heb hem gevonden en wat een feest is het om diegene te vinden waarvan je altijd al wist dat ie bestond maar dat niemand van mijn familie toegaf dat ie er was. Nu weet ik zeker wat ik altijd al wist: me roots liggen in Italië, ik heb voor mezelf gekozen, 13 jaar terug en ben een rijker mens geworden. Ik heb er geen moment spijt van gehad. Heb er ook 3! zussen bij gekregen waar ik het super mee kan vinden en de 2 oudste woonden gewoon vlakbij!”

We hingen op. Twee uur later en hielden contact via berichten. “Mag ik je nog eens bellen” vroeg hij. Ik lees al je verhalen en kan alle positieve dingen gebruiken op dit moment. En ik wil graag iets opschrijven voor mijn meiden, maar waar moet ik beginnen. Ik zei: “Waarom schrijf je ze geen brief en vertel ze welke woorden er in je hart wonen. Hoe je je voelt, wat je ze wil meegeven. Daarna kocht hij alvast een schriftje en nieuwe pennen voor het moment dat hij de woorden vond.

De reünie van de lagere school werd speciaal voor hem geregeld op 13 november en hij schreef me hoe blij hij daarmee was: “De 13e november heb ik als favoriet. Zo ontzettend leuk en tof en gaaf en meer van dat soort kreten om dit soort dingen mee te mogen maken! Dat mensen dat mede voor mijn persoontje doen!” Het werd een geweldige middag waar we met elkaar proosten op Rob en ’s avonds schreef ik een blog erover:

“DE ZESDE KLAS | Ken je dat. Dat je in bed ligt, warm onder de dekens en dat een geluksgevoel je overspoelt. Een warmte die door je heen gaat. Die je vermoeide lijf het gevoel geeft van rust. Een lijf en hoofd vol met herinneringen, flarden van gesprekken, herkenning, ongeloof. Ben jij het echt, je bent niets veranderd. Wat doe je nu, ben je getrouwd, kinderen? Het zijn volwassen mensen die om me heen staan en met elkaar praten maar ik zie nog steeds de kleine jongens en meiden zoals ze waren. Alsof we weer in een kring staan: 1,2,3,4,5,6,7… wie moet ik een kusje geven? Er staan lijntjes in de gezichten, van vreugde en diep verdriet maar het zijn de ogen van de kinderen die ik zie. Ze gaan schitteren als ze het hebben over oorlogje spelen, de musical en het knikkerseizoen. We praten over pesten, over de leraar van de zesde klas, over dingen die we van elkaar niet wisten en over het heden. Er liggen zes en dertig jaren tussen vandaag en de dag dat we elkaar voor het laatst zagen. En eigenlijk is er niets veranderd. Behalve dat mijn beste vriendinnetje niet meer kon komen, ze is niet meer in ons midden, maar wordt gemist, blijkt uit de gesprekken. En hij, de altijd lachende jongen met dat mooie zwarte haar, is er nog wel bij, op zijn verzoek kwam dit moment zo snel mogelijk. Hoeveel tijd hij nog heeft weet hij niet en ook daarom zijn we hier bij elkaar. Het voelt vertrouwd en ik zou zo weer gaan zitten. In de schoolbanken met die leuke meester en de jongens en de meiden uit de zesde klas. Herinneringen zitten in je hart en vandaag maakten wij een mooie nieuwe erbij..”

Een paar weken later vroeg ik hoe het ging. “Is geen bericht in jouw geval goed bericht Rob?” En eigenlijk wist ik het antwoord al. De bevestiging kwam toen ik zijn laatste woorden las. De hele klas kwam als één front samen in actie, vormden weer de groep van vroeger en staan morgen voor hem klaar. Rob, je moest eens weten… al denk ik dat ik dat je het wel weet. Want net vind ik een laatste bericht van jou op mijn blog op 15 november. Hij is niet meer door mij gezien, maar waarschijnlijk zijn je woorden juist nu voor de hele klas bedoeld:

“Nou daar staan we dan op de kiek 35 jaar later!! Wat een geweldige ervaring was dat!”

Dank je wel Rob, vrolijke jongen met dat mooie zwarte haar en die lach altijd op je gezicht. Je hebt, samen met Nancy, voor altijd een plek in ons hart..

Klas 1979/1980 De Wielewaal