Nancy

De kleuren van je trui. Alles leek te passen. Bij de tint van je huid. Jouw handschrift. Mooi, rond en apart. In de middag je moeder. Met thee in blauw-witte mokjes. Op een grenen tafel. Ik genoot ervan. Bij mij leek het anders. Jullie in mijn ogen. Het ideale gezin.

Ik keek tegen je op. En toch samen populair. De aanvoerders van de klas. Tot we ruzie kregen. Ik voel nog de eenzaamheid. Alleen naar de ijsbaan. Ze kozen partij voor jou. Het duurde niet lang. We waren onafscheidelijk. Op zondag boven op jouw linnenkast. Met matrassen en thee. De cassetterecorder met Racey. Onze favoriete muziek. En wat mij vormde voor later. Ons nieuwste project. Schrijven in een dagboek. Over mensen die we volgden. We lagen samen in de bosjes. In een zwarte lange jas. Net zoals het meisje uit het boek.

Jouw gezin leek ook de mijne. Ik mocht mee naar Terschelling. Twee weken zou het duren. Ik hield het een dag vol. ’s Avonds kwam mijn moeder. Mij ophalen met de boot. De heimwee was te groot.
Naar de middelbare school. Allebei een andere. Nieuwe vrienden. We zagen elkaar niet meer. Tot twintig jaar later. In mijn lade jouw adres. Het verre mooie Italië. Lag er al jaren. Ik wilde je steeds bellen. Vertellen dat ik spijt had. Dat ik je niet meer had opgezocht. Andere wegen was ingeslagen. Met mensen die ik leuker vond. Of was dat in mijn beleving.

Op een dag hield ik het briefje vast. Morgen ga ik je echt bellen. Het gonsde door mijn hoofd. Tot een dag later de telefoon ging. Een ongeluk, je was overleden. Liet twee jonge kinderen achter. Ik kon je nooit meer bellen.

Weer tien jaar later. Ik zie je Italiaanse zoon op internet. En stuur hem een bericht. We ontmoeten elkaar in Amsterdam. In zijn ogen zie ik een deel van jou. Het stoere, het onderscheidende. Hij deelt zijn verhaal met mij. Weet weinig van vroeger. Wie je was, waar je van hield.

Ik geef hem een boekje. Alles wat jij me ooit gaf. De brieven, het poëziealbum. Onze muziek, de foto’s. Een stukje. Van mijn tijd met jou. Kan je niet meer zeggen. Dat ik je mis. Hoe bijzonder je was. Maar hij heeft het gezien. In mijn ogen.

Ik kus hem bij het afscheid. Bedank jou in stilte. Voor het mooie cadeau. Het gesprek van vandaag. Je zou zo trots zijn. Op deze inmiddels jonge man. En ik ben trots op jou. Blij met wat ik van je leerde. En wie je voor me was.

(Voor Nancy) 

“When we where young”

Pin It on Pinterest

Share This