Als het om je kinderen gaat kan je angst niet groot genoeg zijn. Ook de trots in je hart raakt de diepste kern. Vertrouwen dat de weg waarop ze lopen de juiste is. Al gooi ik stiekem af en toe wat kuilen dicht. Ik zeulde met de kruiwagens met zand, mijn blik alert.

Maar waren de kuilen op mijn eigen weg dicht? Nee. Omdat het niet zo hoort. Het heeft een reden dat die kuil er zit. Je leert ervan en het maakt je volwassen. Dus graaf ik ze weer open en fluister je nog wat dingen in je oor. Maaahaaaam! Nou weet ik het wel.

Gelukkig. Ik bijt op mijn tong, ga zitten op mijn handen. Loop met flesjes water en doekjes voor het bloeden mee langs de kant. Bij de finish hang ik het lint al op. Omdat ik in je geloof.

En toch blijf ik ook af en toe liggen in de bosjes. Mijn blik in de achteruitkijkspiegel schuin op jou gericht. Voor de struikrovers achter een vriendelijk masker. Bang dat je hun ware gezicht niet ziet.

Iets met echte…. eten geen kaas.

Maar gelukkig.

Je moeder wel.