Mijn buurvrouw (75) en ik zijn het erover eens. Het liefst kleden we ons niet aan. In ieder geval niet vrijwillig in buitenkleding. Zo lang mogelijk doen met de boodschappen die je nog hebt. Huishoudelijk werk wat we steeds doorschuiven. Niet je haar doen, opmaken of een andere vorm van versiering gebruiken voor het optuigen.

Het zijn fases die we af en toe allebei langdurig aanhouden. Ik geloof niet dat het voor ons allebei een bewuste keuze is. Er was een tijd dat we allebei graag buiten kwamen. Maar nu is het anders. Mijn lijf vraagt om stilte en afzondering na een inspanning of de ontstekingen winnen terrein. Haar hoofd staat er soms niet naar en het lichaam werkt ook niet meer mee. Toch wil ze ook naar buiten want het bezoek aan de supermarkt is soms ook het enige uitje op een dag.

Ze verloor haar man en zoon binnen een jaar aan een vreselijke ziekte. Ik verloor mijn gezondheid en ga afwisselend huppelend of strompelend door het leven.

En toch hebben we lol als we elkaar zien. Zelfs zonder iets te zeggen. Ik weet dat ze mijn inzet en manier van leven met een trotse glimlach gadeslaat. Op mijn beurt steek ik mijn bewondering voor haar niet onder stoelen of banken.

Doorgaan terwijl je leven nog maar een paar lichtpunten kent, ik vind daar iets van. Ik vind dat namelijk knap en moedig. Dus ja dan mag je geen zin hebben om je aan te kleden of het huis te doen. En dan krijg je van mij een medaille van de feestwinkel als je vorig jaar een hele week met je wandelstok een rondje loopt.

Want winnaars krijgen een medaille en dat heeft niets te maken met de properheid in je huis, het getal op je weegschaal of de lengte van je wimpers.

“Een echte winnaar ben je door de kleur van je hart en de lengte van je dapperheid.”

– Christa Krommenhoek