image

Ik heb het precies uitgekiend.
Als de kar met eten en drinken weg is zal ik gaan staan.
Het lijkt alsof ik moet plassen.
Terwijl ik net op de luchthaven nog geweest ben.
Toch maar proberen.
De stewardess rijdt de kar verder en ik ga staan.
Helaas denkt de man voor mij dat ook.
Hij is wat ouder en kleurloos gekleed in een beige jasje.
Te laat.
Ik zink weer terug in de groene nep-lederen stoel.

Het duurt even en mijn blik blijft onophoudelijk gericht.
Op het bordje met de groene poppetjes.
Vanuit mijn ooghoek spiek ik.
Heeft niemand anders dezelfde plannen.
Wachten duurt lang maar dan is het zover.
De man komt uit het toilet en probeert de deur te sluiten.
Het blauwe gordijn valt er tussen en onhandig duwt hij het weg.
Tijdens het teruglopen kijk ik naar zijn norse gezicht.
Het valt me op dat hij met niemand oogcontact maakt.

Gauw spring ik op, bang dat een ander me weer voor zal zijn.
In het voorbijgaan glimlach ik naar mijn ouders die op rij één zitten.
De deur trek ik behoedzaam achter me dicht.
Maar natuurlijk gebeurt bij mij hetzelfde.
Het gordijn valt er steeds tussen.
Mijn stelregel is om zo min mogelijk aan te raken.
Dus duw ik voorzichtig met een vinger tegen het gordijn.
Dan maar met met mijn voet.
Niet dus.
Met een diepe zucht pakt mijn hand het smoezelige synthetische gordijntje beet.
In een vloeiende forse beweging geef ik het een gooi naar buiten.
BAM de deur is dicht.

Check, stap één is volbracht.
Met mijn pink trek ik de grijze wc-bril naar beneden.
Als ik ga zitten zie ik het liggen.
Een wit flesje, half groot met een spuit-systeem.
Ik twijfel maar pak het toch op.
Bio-enzymen etc etc.
Een moeilijke vreemde naam.
Aan het plassen denk ik al lang niet meer.
Het beeld van de man voor mij doemt op.
Hij zal toch niet iets in de mechanische ventilatie hebben gespoten.
Straks liggen we hier allemaal op ‘aape-gaapen.’

Maar gelukkig ben ik altijd alert op verdachte situaties.
Mensen die opvallen.
Geluiden in de cabine, hoort dit wel of niet.
Ik volg de gezichten van het personeel.
Ze zijn mijn graadmeter.
En dankzij mijn busje Rescue-spray overleef ik de vlucht.

Ik zie mezelf nog net niet met een medaille.
Maar misschien zal het verfilmd gaan worden.
“Vrouw voorkomt kaping”
Trots overhandig ik het busje aan de hoofdstewardess.
Ik fluister bijna en buig me naar haar toe.
“Dit lag in de wc, nadat de meneer voor mij was geweest.”
“Je weet het niet, misschien, ingespoten, ventilatiesysteem.”

Ze lacht en zegt: “bedankt, dit is de handzeep!”

Geen medaille, geen film.

Maar je kunt me boeken.
Voor terroristen-bestrijding.
En andere aanverwante zaken.

Handzeep.

Pin It on Pinterest

Share This