lizzy

 

Afgelopen week werd je vijf jaar en er zijn momenten geweest dat we dachten dat je deze dag niet zou halen. Dat klinkt een beetje dramatisch maar dat is het niet. Je bent gewoon een geval apart en een beetje anders. De meeste honden staan namelijk te trappelen als ze mee mogen naar buiten. Maar jij draait je op je rug en laat ons je, achtenveertig kilo, zware lijf omhoog hijsen of over de grond meeslepen naar de voordeur. Het enige toverwoord wat je in actie brengt begint met de letter O. Het O-woord noemen we het hier. “Ga je mee naar OMA?” En zoefff.. daar zit je al, opgevouwen en piepend achterin de auto. Eerder ben je niet in beweging te krijgen. En ja, ik zie de meewarige blikken van de andere mede-hondenbezitters wel hoor, als ik buiten loop. Na tien meter wil je alweer terug en ontstaat er een soort touw-trek-gevecht tussen jou en mij. En laten we het niet over het eten hebben. Gewone brokken, we hebben ze allemaal geprobeerd. Je eet het een dag en dan is het niet meer lekker. Nee, voor minder dan blokjes kaas en zalm spaghetti erdoorheen doe je het niet. Tot op het bot verwend, door ons.

En over botten gesproken! Het is alweer een paar jaar geleden dat ik de keuken inliep nadat ik net een foto op Instagram had geplaatst met de tekst dat ik zo happy was en we gezellig gingen eten in de tuin. Op de grond zag ik twee halve botten liggen en op het aanrecht nog een paar intacte stukken. Snel rekenen leerde me dat er in totaal zestien, bestemd voor het eten, ontdooiende  spareribs misten. Weliswaar met vlees eraan en gemarineerd in pittige chilisaus, maar nu zwaar en warm in jouw maag. En ook al ben je daarna heel erg ziek geweest, Hans Klok is er niets bij, want de botten zijn nooit meer tevoorschijn gekomen!

“Het is nooit saai!” riep ik bij de dierenarts toen je op een avond onverwacht iets uit de wasmand griste. We renden achter je aan en probeerden bij je te komen. Nog net zagen we de blauwe kanten string in je bek hangen. Hap-slik-weg. Binnen een half uur lag je aan een infuus. Of toen je dacht dat je een vogel was en aan de voederbak hing. Hele vetbolletjes, met gaas en al, gingen naar binnen. De glazen pindakaaspot voor de vogels die we in stukjes je bek in zagen gaan of de washand die na een lang weekend bij opa en oma tevoorschijn kwam uit je maag. Met de zin “Ben je verzekerd en mis je een washand?” belde ik, in tranen van het lachen, het O-woord op.

Vijf jaar onvoorwaardelijke liefde van jou leerde me om langzaam te leven, aandacht te geven, te beschouwen en bezinnen. Mijn allerliefste Lizzy, zo eigenwijs en mooi. Feestnummer, knuffelbeest, bolletjesslikker en veelvraat.

Je bent een geval apart.

Maar wel een hele lieve.

 

Pin It on Pinterest

Share This